Basic Dimension
(533) Failed integration explained as a disrupted administrative process
(Language = Dutch)
PETER PAN - 22 JULI 2010
(5) Mislukte integratie verklaard als verstoord bestuurlijk proces
http://peterpansparadijs.blogspot.com/
Minderheidsgroepen horen op natuurlijke wijze over te gaan in de samenleving. Hiervoor bestaan natuurwetten die niet met voeten kunnen worden getreden. Minderheden zullen zich daarom moeten aanpassen. Dat is overal in de wereld het geval. Behalve in het Europa van na de jaren zeventig.
In normale gevallen is een dergelijke integratie binnen één generatie voltooid. Gaat men echter als wereldverbeteraar aan dit proces lopen knutselen en sleutelen dan komt er van de integratie niet veel meer terecht. Dan ontstaat er namelijk een soort cyclisch cybernetisch bestuurlijk proces dat tamelijk onbeheersbaar kan worden. Een soort wandelend pad-analyse model. Het convergeert niet tot een stabiele eindtoestand door uitregeling, maar het raakt daarentegen steeds meer ontregeld. Bijsturen lijkt niet meer mogelijk. Het gaat op de loop en het is niet duidelijk waarheen. Dat is de laatste jaren in Nederland en in de Europese Unie ook wel gebleken. Het is het voorportaal tot een groot drama.
Het bestuurlijke proces is simpel: vanuit de Grondwet lopen er twee pijlen, één naar de uitvoerende macht en één naar de rechterlijke macht. Voor de uitvoerende macht gaat één pijl naar de ordehandhavers, een andere gaat naar de subsidieverstrekkers. De derde pijl loopt naar de rechterlijke macht. De drie pijlen lopen vandaar door naar de immigranten gemeenschap.
Vanuit geen enkel station gaat er ooit nog een pijl terug naar de Grondwet. Die terugkoppeling functioneert niet. Het is dus eenrichtingsverkeer. Daarom kan die uit het model worden geschrapt. We hebben nu dus alleen nog maar te maken met de ordehandhaving, de subsidieverstrekking en het gerecht.
Zij alle zijn onderling verbonden met elkaar en met de immigranten gemeenschap.
Alle vier de stations koppelen dus terug van en naar elkaar en dat is het cybernetische bestuurlijke model.
In normale gevallen zou het model binnen één generatie convergeren tot de stabiele eindtoestand van het niveau van de oorspronkelijke inwoners. Dan zijn de immigranten ingeburgerd. Het proces is dan uitgeregeld. De uitvoerende macht en de rechterlijke macht ervaren dan geen verschil meer tussen allochtonen en autochtonen.
Maar het model convergeert niet tot een stabiele eindtoestand. Integendeel het divergeert en extrapoleert, het vliegt de pan uit en het gaat op de loop. Het raakt out of control.
Omdat er telkens weer sprake is van nieuwe generaties van de oorspronkelijke immigranten kan er worden gesproken van een cyclisch cybernetisch bestuurlijk model over de generaties heen. Maar ook binnen de generaties zijn er talrijke cycli waarin ordehandhaving, subsidieverstrekking en rechterlijke macht hun positie ten opzichte van de immigranten gemeenschap telkens weer opnieuw trachten te bepalen.
De invloed van de Grondwet:
1) Obstructie politieoptreden:
De non-discriminatie gronden in de Grondwet hebben geleid tot de permanente obstructie van de norm- en ordehandhaving bij de uitvoerende macht met betrekking tot de minderheden. Hierdoor werd de aanpak van wantoestanden en onaangepastheden bij minderheidsgroepen gefrustreerd.
Dit betekent dat burgemeester en politie anders optreden tegen immigranten dan tegen de oorspronkelijke bevolking. De uitvoerende macht is daardoor geneigd meer wangedrag door de vingers te zien. Religieuze etnische minderheden worden dus ontzien. Hierdoor ontstaat er op aangeven van de Grondwet een tweedeling in de samenleving.
Men heeft de minderheden overeenkomstig de Grondwet zodanig willen respecteren dat hen feitelijk de stimuli werd onthouden om zich in de Nederlandse samenleving in te voegen. Zo werd bijvoorbeeld geaccepteerd dat vuilniszakken van zes hoog naar beneden werden gegooid en dat er in de portieken werd geplast. Het zijn slechts futiliteiten, maar toch.
In het kader van het cybernetische proces heeft de ordehandhaving dus niet de juiste actie kunnen ondernemen tegen wangedrag en onaangepastheden. Het optreden is zo slap geweest dat wangedrag en onaangepastheid zich in de loop der tijden hebben verergerd. Daardoor raakte het proces out of control.
2) Vervaging normbesef:
De aparte positie van religieuze etnische minderheden in de Grondwet leidde er vervolgens toe dat het normbesef van de Nederlanders niet behoefde te worden overgenomen.
( Regel 1: natuurlijke integratie.) Dat hoefde niet want er was sprake van respect en ruimte voor de invulling van de eigen cultuur. Het multiculturalisme bloeide op maar bleek zich uiteindelijk slechts tot exotische restaurants en wat marktkraampjes te beperken.
Wanneer de oorspronkelijke bevolking niet in staat is zijn eigen normen aan de immigranten op te leggen dan kan er van een integratieproces geen sprake zijn. Er wordt dan simpelweg niet geïntegreerd tot in de zoveelste generatie. Het is de fatale fout in het cybernetische model op aangeven van de Grondwet uit 1983.
In de rebound ver in de toekomst kunnen dan de rollen opeens worden omgedraaid en gaat de minderheid zijn normen en waarden dicteren aan de meerderheid. Hiervoor moet dan aan twee voorwaarden zijn voldaan: 1) de vrijheid van meningsuiting moet behoorlijk worden ingeperkt. 2) etnische minderheden moeten in de Grondwet hun bevoorrechte uitzonderingspositie weten te behouden.
3) Het aanjagen van de criminaliteit:
Door deze laisser faire politiek op basis van de Grondwet ontwikkelde zich in het vrije spel der krachten een steeds groter gebrek aan normbesef bij allochtone jongeren en dat leidde vervolgens bij iedere cyclus weer tot een steeds groter wordende criminaliteit. Vanaf hier werd een terugkoppeling naar de Grondwet, die matigend had kunnen optreden node gemist. Maar de Grondwet kan niet nadenken. Maar de subsidiegevers wel: lang heeft de overheid gedacht dat door de allochtonen op alle mogelijke manieren ter wille te zijn zij als vanzelf wel zouden integreren. Een wel heel naïeve gedachte.
4) Het vergoelijken van de criminaliteit:
Maar ook het kleinburgerlijk recht bleef ernstig in gebreke. Er was daar - op basis van de Grondwet - sprake van een zo overmatig begrip voor de culturele verscheidenheid dat de criminaliteit van allochtonen aanvankelijk lichter werd bestraft dan die van autochtonen. Als gevolg hiervan divergeerden het kleinburgerlijke recht en de basale moraliteit. De burgers herkenden op een gegeven moment hun eigen moraliteit niet meer in het gesproken recht. Dit verscherpte de tweedeling in de samenleving.
5) Het opblazen van subsidiestromen:
Art1 Grondwet 1983 blijkt op deze wijze al bijna dertig jaar een ongekende subsidiestroom uit te lokken bij de uitvoerende macht en dan met name bij de subsidieverlenende instanties. Het betreft hier bolwerken van bevlogen wereldverbeteraars die het in principe goed schijnen te bedoelen. Op deze wijze wordt bij iedere cyclus het wangedrag, de criminaliteit en de onaangepastheid van minderheden in onze samenleving in steeds grotere mate beloond. De non-discriminatie gronden hebben zo een autonome en subsidie aanzwengelende functie gekregen. Een volstrekt falende terugkoppeling in een ongewenst cybernetisch systeem.
Het zijn deze gigantische subsidiestromen van nu ongeveer 8 miljard euro per jaar en meer dan 100 miljard euro in dertig jaar die alle natuurwetmatigheid uit het integratieproces hebben geslagen. Tegen zoveel aardgasbaten leggen zelfs de natuurwetten het tijdelijk af. Zou deze subsidiestroom nu echter van de ene op de andere dag opdrogen dan zouden er onder de minderheden acuut grote onlusten uitbreken en dan zou de werkelijke reden van dit zo ontspoorde proces ook direct zichtbaar worden.
Generaliserend zou men kunnen concluderen dat in alle cyclische interacties tussen ordehandhaving, subsidieverstrekking en rechterlijke macht met de immigranten het optreden te slap is geweest om de processen te laten convergeren tot de eindtoestand als van de oorspronkelijke bevolking. Art 1 Grondwet 1983 en EVRM Art 14 hebben hier fundamenteel toe bijgedragen:
Art 1 Grondwet 1983:
Art. 1 . Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Art 14 EVRM Europa:
Verbod van discriminatie Art. 14
Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.
De non-discriminatie gronden beschermen religieuze etnische minderheden tegen discriminatie. Op het eerste gezicht een voortreffelijke maatregel getuigend van grote beschaving. Men heeft de fouten uit de tweede wereldoorlog niet nog een keer willen maken.
Er werd op deze wijze in de Grondwet echter onderscheid gemaakt tussen discrimineerbare en dus kwetsbare etnische minderheden enerzijds en bijvoorbeeld de niet discrimineerbare Nederlandse man 'zonder eigen overtuiging' tot 45 jaar anderzijds. Daarom werd er in de Grondwet onbewust de grondslag gelegd voor een tweedeling in de samenleving.
Terwijl toch de Grondwet juist een samenbindend element voor het hele volk had moeten zijn. De Grondwet is echter de plek geworden waar belangengroepen kunnen winkelen. Dit kan echter beter plaatsvinden in de AwgB(gelijke behandeling)(positieve discriminatie Artikel 2):
3. Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet, indien het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft vrouwen of personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden ras of geslacht op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel.
Trekt men nu de lijnen naar de toekomst door dan hoeft men geen profeet te zijn om te voorspellen dat op deze wijze allochtonen en autochtonen nog wel eens op collision course kunnen komen te liggen. Dit gaat zeker gebeuren vanaf het moment dat er geen geld meer is om dit systeem kunstmatig in stand te houden. Dan praten we over 8 miljard euro per jaar. Immers vanaf dan treden de natuurwetten weer in werking.
Het hele proces kan ook nog door een toevallig lijkende aanleiding zoals het conflict tussen Marokkanen en Ambonezen volstrekt out of control raken. Het cybernetische systeem wordt dan van het ene op het andere moment volkomen ontregeld en kan dan zo maar op hol slaan. Niemand die dan nog weet hoe in te grijpen.
http://peterpansparadijs.blogspot.com/
.png)
